|
In het benedenrivierengebied
is sprake van een complexe situatie door de combinatie van veranderende
rivierafvoeren en zeespiegelstijging. Dit gebied ontkomt dan ook niet
aan rivierverruimende maatregelen. De eind 2001 gestarte planstudie
'Ruimte voor de Rivier' zal binnen enkele jaren leiden tot een Planologische
Kernbeslissing (PKB). De Overdiepse polder ligt aan de zuidkant van
de Bergsche Maas. De oppervlakte bedraagt ongeveer 550 ha binnendijks.
De aangrenzende uiterwaard omvat 180 ha. De ruilverkaveling in de Overdiepse
polder is in 1996 afgerond: 17 agrariërs hebben er hun bedrijf
en wonen er..
De uitdaging
Op basis
van de meest actuele inzichten in verandering van rivierafvoeren en
zeespiegelstijging, blijkt dat zonder het treffen van maatregelen het
Maatgevend Hoogwater (de zogeheten MHW: de waterstand waartegen de dijken
volgens de wet bestand moeten zijn) van de Bergsche Maas ter hoogte
van de Overdiepse polder met zo'n 60 cm stijgt. Het vinden van ruimte
voor de rivier is dus ter plaatse een noodzaak geworden. Bij inzet van
de polder voor rivierverruiming zullen functies gecombineerd moeten
worden. Zo bezien betaalt een kleine groep gebruikers en bewoners van
de Overdiepse polder een 'prijs' voor behoud van veiligheid voor vele
anderen in de omgeving.
Directe democratie
Wat de
Overdiepse polder in zekere zin bijzonder maakt is dat de bewoners van
het gebied zich al hebben verenigd en georiënteerd, ruim voordat de
overheid klaar is met plan- en besluitvorming. Niet om zich tegen de
te verwachten maatregelen te verzetten, maar om al in een vroeg stadium
met eigen aandachtspunten en aanbevelingen te komen. In het kader van
het spiegelproject wordt door bewoners met de verantwoordelijke overheden
gezocht naar een duurzame oplossing. Dit proces is een vorm van directe
democratie waar burgers met kennis van zaken en met besef van verantwoordelijkheid
jegens de maatschappij zelf rechtstreeks om de tafel zitten met ambtenaren
en bestuurders. De Overdiepse polder als spiegelproject geeft zicht
op inhoudelijke en procesmatige mogelijkheden van grootschalige rivierverruiming
in de praktijk.
De opgave
Het spiegelproject is gericht op het beantwoorden van drie vragen die
aan het prille begin van het project zijn gesteld. Is sprake van een
heuse maatschappelijke kwestie (het moeten)? Zijn oplossingen denkbaar
die tot maatschappelijke winst leiden (het kunnen)? Zijn direct betrokken
en verantwoordelijke partijen bereid mee te werken aan het realiseren
van een oplossing (het willen)?
De aanpak
Het spiegelproject is gestart met een verkenning. Uit de verkenning
zijn drie varianten ontstaan:
De nul variant gaat uit van dijkversterking en dijkverhoging
waar nodig en laat de Overdiepse polder als ruimte voor de rivier ongemoeid.
Echter, deze variant past niet in het streven naar een op ruimtelijke
leest geschoeid waterbeheer.
De terpen variant is een combinatie van technische en ruimtelijke
ingrepen. Het gaat om het verhogen van de regionale kering, het verplaatsen
van woningen en bedrijven naar aan te leggen terpen langs de dijk, het
creëren van een overlaat en het afgraven van een voormalig gronddepot
in de westpunt van de polder, waarvan het materiaal mogelijk te gebruiken
is voor aanleg van de terpen. In de midden variant wordt in de
lengterichting midden in de polder een primaire waterkering aangelegd.
Hierdoor kunnen woningen en bedrijven in het zuidelijk deel ongemoeid
worden gelaten. Woningen en bedrijven in het noordelijke deel moeten
verdwijnen.
Uiteindelijk wordt
op effectiviteit, inhoud en appreciatie meest belovende inrichtingalternatief
voorgelegd aan de Stuurgroep Benedenrivieren. Daarbij worden ook de
gesignaleerde knelpunten en mogelijke vervolgvragen gepresenteerd. De
stuurgroep neemt een besluit hoe verder met de resultaten om te gaan
in het kader van de planstudie 'Ruimte voor de Rivier'.
Resultaten verkenning
De bewoners en ondernemers van de Overdiepse polder willen met de overheden
meewerken aan behoud van veiligheid van het rivierengebied. De bewoners
en ondernemers zijn minder bevreesd voor af en toe water in de polder
dan voor een jarenlang slepende besluitvorming over het wel of niet
inzetten van hun polder voor veiligheid. De belangrijkste voorwaarde
is wel dat de keuze definitief is en dat daarmee 'het gezeur en de
energievretende onzekerheid' over is.
Vanuit de context van de (toekomstige) wateropgave in het rivierengebied
en op grond van de veronderstelling dat de Overdiepse polder als voorbeeld
dient van een betrouwbare en op kosteneffectiviteit en uitvoering gerichte
overheid, geldt als advies om nog in 2003 te starten met de planstudie
voor de terpen variant. Deze variant heeft de uitdrukkelijke voorkeur
van de bewoners vanwege het definitieve, robuuste en kosteneffectieve
karakter van deze oplossing, de versterking van de landschappelijke
en mogelijk cultuurhistorische kwaliteit en bovenal van de sociale cohesie
binnen de polder.
Bijkomend doch niet onbelangrijk argument is het opdoen van ervaringen
met de Overdiepse polder als voorloper van vele andere, in de toekomst
nog te nemen rivierverruimende maatregelen.
Toekomst
Ter voorbereiding van de planstudie moet een plan van aanpak worden
opgesteld, zoals dat ook is gebeurd ter voorbereiding van de verkenning
in het kader van het spiegelproject Overdiepse polder. Het spreekt voor
zich dat bewoners en ondernemers van de polder ook bij het vervolg een
belangrijke rol willen spelen. Het gaat immers om ontwerpen van hun
toekomstige leefomgeving en om maatwerk-oplossingen voor individuele
bewoners.
|