Het blauwe goud verzilveren |
![]() |
|
|
Kloof tussen beleid en praktijk De hoofddoelstelling van zowel de Derde als de Vierde Nota Waterhuishouding klinkt veelbelovend. Een veilig en bewoonbaar land, gezonde en veerkrachtige watersystemen die ook nog eens duurzaam kunnen worden gebruikt. Wie kan daar tegen zijn? Tussen deze doelstelling en de praktijk ligt echter een aanzienlijke kloof. Voor een voor Nederland representatief stroomgebied is onderzocht of daadwerkelijk sprake is van een kloof en waar die uit bestaat. Er blijkt sprake van een sterk kunstmatige waterhuishouding, van beperkte afstemming tussen water en ruimtelijke ordening, van innovaties die vooral los van elkaar plaats vinden, etc. Vervolgens is onderzocht of dit beeld representatief is voor de rest van Nederland en wat er achter deze probleempunten zit. Cultuur belangrijke factor Uit deze analyse komt naar voren dat Nederland op uiteenlopende punten nog niet klaar is voor de 21ste eeuw. De bestuurlijke organisatie is versnipperd, de regie van het waterbeheer is in de praktijk niet helder, innovaties blijven beperkt, korte termijnoplossingen en afwenteling overheersen, het contact met de burgers is gering, de kennis binnen de watersector is vooral technisch georiënteerd. Van afstemming met de ruimtelijke ordening is nauwelijks sprake, zoals ook blijkt uit de aanwijzing eertijds van de VINEX-locaties Leidsche Rijn, IJburg en Waalsprong en uit recente plannen voor buitendijks en ondergronds bouwen. Naast aanpassingen op al deze aspecten is een omslag in denken nodig: Nederland zien als (onder)waterland, als delta van Noordwest-Europa, en wat benaderen alks kans voor de leefomgeving. Waterbeheer dat 'water for people, planet and profit' beoogt, vereist een cultuur van denken op lange termijn en -in lijn hiermee- doen op korte termijn. Communicatie met het parlement Primaire doelgroep
van het project is het parlement. Acht leden van de Tweede Kamer zijn
direct betrokken bij het project. Naast mondelinge presentaties is een
nieuwsbrief uitgebracht (december 1999), een bericht aan het parlement
met de belangrijkste bevindingen (augustus 2000) en een boek (november
2000). Voor 2001 gaan de gedachten uit naar een bericht over de voortgang
en een mondelinge presentatie voor het parlement. |
||